Huiswerk of werk thuis

Huiswerk: Alle informatie omtrent het huiswerk van de kinderen uit groep vindt u in de Parro-app.

Middenbouw:   voorbereidingsformulier spreekbeurt
                           voorbereidingsformulier boekbespreking

Bovenbouw:    voorbereidingsformulier spreekbeurt
                          voorbereidingsformulier boekbespreking

 

Lijstje online materiaal:

 –        Muiswerk: alle vakgebieden (onder schooltijd)

–        Mijnklas (Ambrasoft): Nieuwsbegrip en topografie

–        Office 365 met Teams, Outlook en Sharepoint

 

 

 

Stap 1 Kies een onderwerp

Probeer in één woord op te schrijven waar jouw spreekbeurt over gaat:

Voorbeelden:

  • Dieren
  • Iets over de natuur
  • Sport (voetbal, zwemmen etc.)
  • Beroepen
  • Hobby’s

 Stap 2 Bedenk wat je al weet

Maak een woordspin over jouw onderwerp. Schrijf in het midden van een vel papier het onderwerp. Daaromheen schrijf je allemaal woorden die te maken hebben met jouw onderwerp.

 Stap 3: Bedenk wat je wilt vertellen

Verzin vragen over jouw onderwerp. Schrijf de vragen ook op in het woordveld. Hieronder staan enkele voorbeelden.

Onderwerp:    Honden

Vragen:           Wat eten honden?

Hoe moet ik mijn hond verzorgen?

Zijn alle honden hetzelfde?

Hoe oud wordt een hond?

Wat voor rassen zijn er?

Wanneer moet ik naar de dierenarts?

Moet ik naar een puppy-cursus?

 

Stap 4: Maak hoofdstukken

Bekijk je woordspin.

Streep belangrijke onderwerpen aan (die mag je niet vergeten).

Bedenk titels voor je hoofdstukken.

Zet jouw hoofdstukken in de goede volgorde.

Begin met een inleiding (waarom heb je voor dit onderwerp gekozen) en sluit af met een afsluiting (wat heb je geleerd toen je deze spreekbeurt voorbereidde).

 Stap 5: Zoek informatie

Hoe kom je aan informatie?

  • Zoek op internet
  • Zoek in de bibliotheek
  • Vraag het aan een deskundige (misschien is er wel iemand die er heel veel van weet).

 Stap 6: Maak een spiekbriefje

Maak een spiekbrief met daarop in losse woorden de belangrijkste stukken uit je spreekbeurt.

 Stap 7: Materialen

Verzamel materialen die je kunt laten zien. Bijvoorbeeld als je het over paarden hebt een zweepje, een cap, teugels enzovoorts.

Stap 8: Oefenen

Ga voor de spiegel staan, vraag aan je vader, moeder, broer of zus om te luisteren en tips te geven. Gebruik een stopwatch om te kijken hoe lang je er over doet (niet langer dan 10 minuten!).

 Stap 9: Houd de spreekbeurt

Leg je spullen klaar en houd de spreekbeurt

 TIP: Neem rustig de tijd om dingen te laten zien en praat rustig.

Kijk de kinderen van je groep aan.

Gebruik PowerPoint voor je presentatie (die kun je mooi via het digibord laten zien).

 

 

 

Spreekbeurt           
Je hebt een onderwerp gekozen en gaat de klas hierover vertellen.

De voorbereiding:

Je moet ruim van te voren informatie verzamelen. Dit haal je meestal uit boeken, tijdschriften en folders. Dit kan je vinden in de bibliotheek, op school of op het internet.

Als je het materiaal gevonden hebt, ga je dit lezen. Meestal heb je veel te veel informatie. Voor jezelf moet je nu gaan bepalen wat jij belangrijk genoeg vindt om te vertellen. Daarvan ga je hoofdstukken maken.

– Je maakt een indeling met meerdere hoofdstukken.
– Je kan een powerpoint maken waarin jij de hoofdstukken duidelijk laat zien met plaatjes of video’s. Dit is niet verplicht.
– Je zorgt dat alle informatie een geheel wordt en je gaat oefenen om dit uit je hoofd te kunnen vertellen. Oefen dit thuis ook hardop.
– Je maakt een spiekbriefje voor jezelf waarop je de belangrijkste punten zet of informatie die je moeilijk kunt onthouden.
– Je zorgt dat je de powerpoint meeneemt naar school.
– Je mag ook spullen meenemen die bij jouw onderwerp passen, die kan je in de klas laten zien tijdens de spreekbeurt.

De spreekbeurt zelf:

– Je vertelt waarom je dit onderwerp hebt gekozen.
– Je bespreekt de hoofdstukindeling.
– Je vertelt alle informatie over jouw onderwerp en je laat alles zien.
– Je kan een quiz of een filmpje kiezen voor het einde van jouw spreekbeurt.

Jouw spreekbeurt mag tussen de 5 en de 10 minuten duren, daarna kan de klas vragen stellen en jou ‘tips en tops’ geven.

Veel succes!

Over een paar weken ben je aan de beurt voor je boekbespreking.
Je kunt het beste een boek kiezen, dat je al gelezen hebt, maar je mag natuurlijk ook een ander boek kiezen.

* Je laat je boek eerst zien en je vertelt hoe je boek heet.
* Dan leg  je uit waarom je dit boek gekozen hebt.
*Je vertelt ook of je het wel of niet leuk vond om te lezen  en waarom.

Het boek zelf :
Je vertelt dan :
*  iets over de afbeelding op de voorkant
*  of het een gebonden boek is of niet ( pocketuitgave)
*  wat de titel is en wie de schrijver is
*  wat de uitgever is
* de hoeveelste druk het is
* hoeveel bladzijden het boek heeft
* of er plaatjes of foto’s in staan
* of er grote of kleine letters gebruikt zijn

De inhoud :
Je vertelt dan :
* of er een korte inhoud op de achterkant staat  ( je kunt dit in het kort
vertellen)
*  wie de hoofdpersonen  of belangrijkste dieren zijn
*  of de inhoud verdrietig, spannend, leuk, grappig of eng is
*  vertel maar niet hoe het afloopt!!

Het einde van je boekbespreking:
* Als laatste lees je dan een bladzijde uit je boek voor, die jij zelf erg leuk vindt.
* Dan vraag je aan de kinderen of ze nog vragen hebben over jouw boekbespreking.

Het boek zelf :
–  vertel iets over de voorkant/omslag
–  wat de titel is en wie de schrijver is
–  wat de uitgever is
– hoeveel bladzijden het boek heeft
– of er plaatjes of foto’s in staan

De inhoud
:
– kort vertellen wat er in het boek gebeurt
–  wie de hoofdpersonen  zijn
– wat het onderwerp van het boek is
> Dan lees je een aantal bladzijdes uit je boek voor.